Kracht van meer dan geringe betekenis (deel A)
In Sturing en toetsing van de politiële geweldsbevoegdheid wordt verslag gedaan van de wijze waarop de politie haar geweldgebruik in het peiljaar 2005 heeft geregistreerd, beoordeeld en verantwoord. Uit de studie komt naar voren dat de verplichting om geweldgebruik vast te leggen met behulp van het landelijk voorgeschreven meldingsformulier onvoldoende wordt nageleefd. Geweldgebruik waarbij de verdachte letsel oploopt, wordt goed gemeld, maar in meer dan de helft van de gevallen, met name bij het gebruik van licht fysiek geweld, gebeurt dat niet en wordt volstaan met een mutatie in het bedrijfsprocessensysteem. Voor veel politieambtenaren blijkt het voorts onduidelijk wat onder geweld moet worden verstaan en wanneer het letsel ‘van meer dan geringe betekenis’ is. In dat laatste geval schrijft de Ambtsinstructie 1994 voor dat het Openbaar Ministerie in kennis moet worden gesteld, maar ook dat gebeurt in de praktijk amper. De auteurs pleiten er dan ook voor de Ambtsinstructie 1994 zo te herzien dat de administratieve lasten voor het melden van het lichte geweld worden verminderd en dat de registratie en beoordeling van het zwaardere geweldgebruik minder vrijblijvend wordt ingericht.’







